|
|
|
|
|
RAS INFO.
F.C.I.
Oorspronkelijk is de Zwitserse Witte Herder
(Berger Blanc Suise) erkend op 18 December
2002
door de FCI internationaal opgenomen en land
van
herkomst is dan Zwitserland
CLASSIFICATIE F.C.I.:
Rasgroep 1.Herders honden en veedrijvers
GEBRUIKS DOEL:
Familie en gebruiks hond met uitgesproken
liefde voor kinderen, een oplettende waker, een
opgewekte
en lerende hond.
KORT OVERZICHT VAN DE GESCHIEDENIS:
In Amerika en Canada hebben de witte herders
zich langzaam aan ontwikkeld tot een op zich staand ras. De eerste honden van dit
ras werden in het begin jaren 1970 ge
importeert
In Zwitserland en Amerika. De reu lobo,
geboren op 05/03/1966, kan als stam vader
van het ras in Zwitserland beschouwd worden.
Met nakomelingen van deze reu ingeschreven
in het
Zwitserland stamboek ( Los-livre des orgines
suise). Evenals de nakomelingen van de
andere witte herders, geïmporteerd uit
Amerika en Canada verspreiden de witte
herder zich geleidelijk aan heel europa,waar
ze vandaag de dag,meerdere generaties
raszuiver gefokt in grote aantallen leven.
Sinds juni 1991 worden deze honden als nieuw
ingeschreven als bijlage van het witte
herder stamboek (Los)
GEDRAG & KARAKTER:
Temperamentvol zonder nervositeit, hij is
opmerkzaam en waakzaam. Soms enigszins
gereserveerd tegenover vreemde. Hij is echt
nooit angstig of agressief.
HOOFT:
Krachtig, droog en slank besneden,in goede
verhouding met lichaam en staand. Van boven
en op zij gezien wigvormig. Boven belijning
van schedel en snuit lopen evenwijdig.
Schedel: Flauw gewelfd, met nauwelijks
aanwezige middelgroef
Stop: Zacht verlopend, doch duidelijk
zichtbaar.
GEZICHT:
Neusspiegel: middelgroot & zwart gewenst,
met lichtere neus en/of een wisselneus is
toegestaan.
Snuit: Krachtig en middel lang in verhouding
tot schedel. Neusrug en onderkaakbelijning
zijn recht.
Lippen: Strak en goed gesloten, bij voorkeur
zo zwart mogelijk.
Gebit: Krachtig en volledig schaargebit,
waarbij de tanden loodrecht in de kaak
moeten staan.
Ogen: Middelgroot,amandelvormig, licht schuin
geplaatst. De kleur is donker bruin tot
zwart, goed aanliggende oogranden bij
voorkeur zwart.
Oren: Hoog aanzette, goed rechtop gedragen
evenwijdig en goed naar voorgericht grote
staande oren in de vorm van een langgerekte
van boven licht afgeronde driehoek.
Hals: Middellang en goed gespierd,harmonieus
verlopen in het lichaam,zonder keelhuid; de
elegante neklijn verloopt zonder
onderbreking van af het matig hoog gedragen
hooft tot de schoft. |
| |
|
|
LICHAAM:
Krachtig en goed gespierd middellang.
Schoft: Benadrukt
Rug: Horizontaal en vast.
Lederen: sterk gespierd.
Kruis: Lang en van gemiddelde breedte, van
af de aanzet helt hij geleidelijk naar de
staartwortel.
Borst: Niet te breed, diep tot aan de
ellebogen reikend, hij beslaat ongeveer de
halve schoft hoogte. Ovale en ver naar
achter reikende borstkast. Duidelijk
voorborst.
Buik & Flanken: Slanke stevige flanken. De
buiklijn verloopt licht naar boven. |
 |
| |
|
|
STAART:
Rondom vol behaarde sabelstaart die naar de
punt toe smaller word. Nogal laag aangezet
en ten minste reikend tot aan het
spronggewicht, in rust hangend of het
onderste eenderde deel licht opgebogen. Als
de hond alert is word hij hoger gedragen
maar nooit hoger dan de ruglijn.
LEDEMATEN:
Krachtig, pezig, middelzwaar
Voorhand: In front gezien recht en matig
breed, van op gezien goed gehoekt.
Schouder: Lang en goed schuin gesteld
schouderblad, goede hoekige, de gehele
schouder partij goed gespierd.
Opperarm: Voldoende lang en sterk gespierd.
Ellebogen: Goed aangesloten.
Onderarm: Lang recht en hoog.
Middenvoorvoet: Stevig en licht schuin
gesteld.
Achterhand:Van achter gezien recht
evenwijdig,niet te breed staand, van op zij
gezien goed hoekig.
Dijbeen: Middellang met sterke bestiering.
Onderbeen: Middellang, schuin gesteld met
stevige botten en goed gespierd.
Spronggewicht: Krachtig en goed hoekig.
Midden achter voet: Middellang, recht en
pezig. Wolfklauwtjes moeten verwijderd(met
uitzondering in de landen waar het
verwijderen van wolfklauwtjes verboden is).
Voeten:Ovaal , achter iets langer dan
voor,tenen dicht sluitend en goed gewelfd.
Stevige, zwarte voetzolen en donkere nagels.
Gangwerk:Regelmatige gangen, vrij en
volhardend: lange passen en krachtige
stuwing tijdens de draf is de beweging
uitgrijpend en vlot.
Huid: zonder rimpel vorming en donker
pigmenteerd.
Vacht:middellang, dicht, goed aanliggend
stok- lang stok haar,overvloedig ondervacht,
dichte rechte dek vacht, recht stekelhaar.
Snuit, gezicht, oren en voorzijden van de
benen zijn wat korter behaard. Nek en
achterzijden van de benen zijn iets langer
behaard . Licht golvend maar hart haar is
toegestaan.
Kleur: Wit
MAAT & GEWICHT
| |
Schofthoogte. |
Gewicht. |
| Reuen: |
60-66 cm. |
30 tot 40 kg. |
| Teven: |
55-61 cm. |
25 tot 25 kg. |
Rastypische honden mogen wegens een lichte
onder of bovenmaat niet worden
gediskwalificeerd.
FOUTEN:
Elke afwijking van voorgenoemde punten is
als fout te beschouwen waarvan waardering in
verhouding in verhouding staat tot de maten
van afwijking lichte fouten:Lichte wild
kleur ( zwakke gelige of bruin rode
gloed)aan oorpunten, rug of op de staart.
Vlekkerig pigmentverlies op de neus
lipranden of oorpunten.
ZWAARE FOUTEN:
Plompe verschijning, vier kant gebouw (te
kort).
Onvoldoende geslachtskenmerken bij reuen en
teven.
Het ontbreken van meerdere gebitselementen
dan ten hoogste twee p1.
De M3 wordt buiten beschouwen gelaten
Hangoren, tiporen, knoporen.
Sterk aflopende ruglijn.
Ringstaart, Knikstaart, haakstaart en op de
rug gedragen staart.
Zacht dekhaar, zijdeachtig,wollig,gekruld,
niet goed tegen het lichaam aanliggend haar;
uitgezonderd zonder onder vacht.
Duidelijke wildkleur (geelachtig en
bruinrode gloed) aan oorpunten, rug en
bovenzijde van de staart.
DISKWALIFICATIE FOUTEN:
Angstige & agressieve honden.
Een of beide ogen blauw en uitpuilende ogen.
Entropion, ectropion, uitpuilend oog.
Onder voorbijt en boven voorbijt en
scheefstaande snijtanden.
Volledig pigmentverlies van de neusspiegel,
lipranden en oogranden.
Volledig pigmentverlies van de huid en
voetzolen.
Albinisme. |
| |
Terug naar boven |
|
|
|